Boekgegevens
Titel: Allereerste beginselen der algemeene geschiedenis, voor de scholen
Auteur: Kirchdorffer, J.S.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en van de Grampel, 1825
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1067
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200131
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Geschiedenis (vorm), Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Allereerste beginselen der algemeene geschiedenis, voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ALGEMEENE GESCHIEDENIS. . %f
A. Beiden werden na eenen langdurigen binneii-
landfchen oorlog vernietigd.
V. Hoe ging het met het naburige Egypte?
A. Het nara onder sesostrjs toe in bloei, of-
fchoon verfcheidene beroeringen heczelve fchokten.
V. Vinden wij in dit tijdvak niets van het grijze
4sfyrië geboekt?
A. Ja, het maakte groote veroveringen ; en, on-
^errcheidene rijken, in het oostelijk Azië, wW"
flen Ssn hetzelve cijnsbaar,
V, Bleef het zijnen bloei beho'uden?
A. Neen, onder sahdanapalus werd het ver-
nietigd, doch na verloop van honderd jaien herrees
het me: nieuwen luister.
V. Welke ftad werd omtrent dezen tijd' ge-
flieht? !
A. Karthago in Afrika.
V. Wie waren de (lichters van Karthago?
A. De Feniciers, welke hunnen koophandel al
meer en meer uitbreidden.
V. Wat vinden wij van de Grieken in dit tijd-
vak aangeteekend ?
A. Dat zij, door buitenlanders onderwezen,
hoe langer hoe meer Befchaafd werden, terwijl kün-
den en weteufchappen onder hen begonnen ta
bloeijen.
V. Van welke groote dichters maakt de gefchie-
denis in dit tijdvak gewag'?
A. Van homerus en hesiodus.
V. Wie was homerus ?
A. Hij was, even als hesiodus , een Griek,
die duizend jaren vóór de geboorte van J. C. te
voorfchijn trad.
V. Welke gefchriften vestigden zijnen roem ?
A. De Ilias, een heldendicht, waarin hij de
oorlogs - helden, die vóór twee honderd jaren den
ftaat van Tro\e of llium verwoest hadden, bezong.
A5 V.