Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
der nasporingen en der daardoor aan het licht gebragte
resultaten getoetst wierde, opdat wij alzoo lot eene
nieuwe en betere eenpariglieid mogten geraken.
Het voorstel werd dan ook met geringe wijzigingen
aangenomen, om op de Algemeene Vergadering
des Genootschaps in overweging te worden gegeven.
Velen hechtten hunne goedkeuring aan het Voorstel.
Met name deelde de Taalkenner Kdiper aan een Lid
van K a m p e n s Schoolcommissie zijne goedkeuring mede
en hoopte, dat het iets mogt uitwerken. De Afd.
iAmersfoort bragt opentlijk in de Wekker hare
'goedkeuring uit.
Het verraste dus de Afd. Kampen, onder de Pun-
ten van beschrijving voor de vijfde algemeene Vergade-
ring van het Nederl. Onderw. Genootsch. (1848)
onder vele gewigtige voorstellen, alleen het slot van
haar voorstel, thans door geheel Overijssel gedaan,
te vinden als een voorstel der Afdeeling Amers-
foort, met de woorden: dit laatste is mede het voor.
stel van Overijssel. De motieven lot ons voorstel
waren er niet te vinden; misschien werden ze om
drukloon te sparen achterwege gelaten.
In die vergadering werd besloten dit voorstel niet
aan te nemen (hel getal stemmen vóór of tegen hier
niet opgegeven) omdat de maatregel in 1803 door de
Hooge Regering genomen opziglelijk de eenparigheid
in de spelling nog van kracht is. — Toen was het
immers afgedaan.
Maar wat helpt het dan eene nieuwe Syntaxis uit
(I ;e schrijven! Zal men daarin geheel het oude be-
louden, dan is het niet noodig. Wil men er veran-
dering , verbetering in aanbrengen, dan mag zij niet
gevolgd worden, omdat men dan tegen hel besluit,
n 1803 genomen, zou handelen. En toch is de taal
eene dochter des tijds, en het zieltje dat der Groot-
noeder paste, en de keurs, die der Moeder goed-