Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
schrijven is onnoodig, omdat de e tocli met u
zamensmelt.
297a. Van den, door den iie N°. 294 c.
b. Gvldens als de som enkel uit guldens bestaat;
gulden als het geld de waarde van die guldens
heeft. Zie Brief van Siegenbeek, achter Kinkers
Beoord. bl. 345.
c. Daar hier eene bepaalde rekening bedoeld wordt
bezige men liever het lidwoord.
d. Omdat men in onze taal aan den uitgang der
vervoegde werkwoorden den persoon niet kan
kennen, is het weglaten der persoonlijke voor-
naamw. zeer af te keuren. Men schrijve dus niet
hebbe, bekenne enz. maar ik heb, ik beken enz.
e. Voor traite hebben wij ons verstaanbaar wissel.
maar voor honoreren? De Jager, Versch. wil
dien bastaardiiitgang met ee gespeld hebben, Sie-
genbeek kan dit niet toegeven maar wil wel, ter
voorkoming van onduidelijkheid het toonteeken
toelaten.
f. Hier is nog een UivEdeletje blijven staan. Maar het
algemeene gebruik houdt het zoo met hand en tand
vast. Zou gelievet gij dan zoo wanluidend zijn?
298a. Het gebruik van stopwoorden toen, dan, enz.,
worde vermeden.
b. Van onzen enz, deze door voorzetsels verbonden'
bepalingen zijn onverslaanbaar. Zie Weiland II
§ 205.
c. Levenloos en als een lijk zeggen hetzelfde.
d. Er werd enz. en kwam. Over het verkeerde van
zoodanige verplaatsing des onderwerps leze men:
Mag. van Ned. Taalk. 11 bl. 143.
e. Hun oizijn geschreeuw enz. Bilderdijk, Spraakk.
bl. 571, zegt dat zijn beter is om het mannelijke
stoet, doch rekent hun voor geene fout, als ziende
op dorpelingen.