Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
b. Strand is het land aan zee. De kanten der ri-
vieren noemt men oevers.
J46o. Omdat die in den eersten tusschenzin als onder-
werp en in den tweeden als voorwerp komt, en
dus dien is, mag het niet verzwegen worden.
247 Is van Hooft, den dichter en historieschrijver,-
eeri der sieraden onzer gouden eeuw.
a. Voor alzoo zou men thans dm gebruiken; wij
vinden dat alzoo veel meer kracht heeft.
b. Geweldig thans magtig.
c. Voor magt staat in ons exempl. mogendheid.
d. Veel moet hier wel verbogen worden, als bijv.
naamw., anders was het als bijw. eene bep. van
bemuard.
e. Bourgondië of Bourgonje.
248a. Rond in plaats van om of rondom is een nieuw-
tje, door vertalers uit het Engelsch in zwang ge-
bragt. b. v. hij gaat rond de tafel.
b. Flonkerend, fonkelend of vonkelend.
c. Vertoonen is tegenw. tijd; nog verloonen zij zich
zóó, doch den naam hebben zij reeds lang, zij
' kregen dien dus.
250 Niet alleen niet te veel, want dat vooronderstelt dat
men iochveel moeite moestdoen, maar leïknietveel.
252 Om. zou hier een doel vooronderstellen, ten einde
het volgende ongelukkig zij; doch daartoe mis-
bruikt zeker niemand zijne jonge jaren; beter:
dat het volgende ongelukkig tvordt.
253 Rekenkundig. De bijv. naamw. op kundig zijn
gedurige wrijfpalen. Men leze hierover vooral
Dr. Nassau, Gids 1844 bl. 457. '
255 Het ecrsie bewaart is derde persoon enkelv. van
den tegenw. tijd, aantoonende wijs; het tweede
is verl.deelw. In proza is het beter te zeggen:
Wien God bewaart, die is enz. (Zie Muldeu
bl. 60. 203 punt 17.
4*