Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
239 Dit stukje is van onzen grooten van deii Palm. Wij
hebben lang geaarzeld het op te nemen, maar
het rijke der voorstelling, die een zoo afgerond
geheel vormt, het juiste en tevens schilderach-
tige van elke bijzonderheid, het meesterlijke van
den stijl, dat alles drong ons tot de opname, om-
dat wij weten, hoe dergelijke stukken meer op
den smaak der jeugd en de uitdrukking hunner
denkbeelden werken, dan lange taalregels. En of-
schoon wij meenden, dat spieren rekken en niet
trillen, hebben wij uit eerbied voor den meester
over stijl en taal het juist zoo verbeterd, als wij
het in ons exempl. vonden.
Uit de Oefenschool XI, N\ 3, bl. 201, waar
het insgelijks verbeterd is, zien wij, dat het ook
op het vergelijkend examen te H a 11 e m-opgege-
ven was. Schoolopziener HALBEnrsMA zal nog wel
eens in zijn vuistje gelagchen hebben om de ver-
beteringen, die men den slijl van van uer Palm
wilde aanbrengen.
a. In Amsterdam; van eene plaats zegt men meest-
al te; doch van Amsterdam, de stad bij uit-
nemendheid, kan men wel zeggen in, te meer
wijl men dan den hiatus van e en a vermijdt.
b. hij duizenden berekent; men wil bij het honderd,
percentsgewijze, maar de zin zal wel zijn: koop-
lieden, die duizenden winnen.
240 Omdat mensch en men nevens elkander slecht
klinkt, zonder nog op de beteekenis der beide
woorden te letten, hebben wij het eerste wegge-
laten.
241 Mijden heeft reeds de beteekenis van ont in zich
en wordt dus daarmede niet zamengesteld, wel
met het versterkende voorvoegsel ver.
243«. Overgaan van water kan eigentlijk niet gezegd
worden, dus: oversteken, overvaren.