Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
d Een brandend gebed, een gebed, dat brandt;
dit bijv. naamw. beeft hier dus geen' gezonden
zin. Vurige of innige gebeden.
e. Verliglen Van hier blijven, wordende de last van het
bezwaarde hart gewenteld en dit dus ligt gemaakt.
Verlichten zou ook kunnen, wanneer men het wil
opvatten, dat er donkere, angstige gedachten in de
ziel waren, en er door het gebed licht kwam.
216a. Vier aan vier, zie N». 79.
b. Pluimpjes geeft eene te nietige gedachte van des
grooten vogels vederen.
c. Daar het hier een onvermogen des vogels is, moet
weet veranderd worden in kan.
d. Zijne in hij met zijne pooten, is een overtollig
voornaamwoord ; hij kan toch met geene andere
dan met eigen' pooten wegloopen.
e. Zijne eigene oogen is dubbel overtollig.
217a. Dit dichtstukje is van Le Franc van Berkhey.
b. Ofschoon kremer in de volkstaal misschien in alle
provinciën geldig is, vindt men kramer in de
woordenboeken.
c. Men schrijft de korte regels gewoonlijk iets naar bin-
nen ; de regels met slepend rijm komen daardoor uit.
d. Gelden, kosten, bedragen zijn onz. werkw. en
hebben evenwel een' vierden naamv. bij zich. Wei-
land 11. § 181 zegt: »de bepaling van tijd wordt
door den vierden naamv. uitgedrukt;" doch dan
is, naar ons inzien, het voorzetsel op of gedurende
verzwegen. »Zoo ook de grootte, breedte, zwaarte,
waarde en prijs van eenig ding, als: hij is eenen
duim gegroeid, het kost eenen gulden, het weegt
een pond."' enz. Zie over dit kosten M. v. T.
II bl. 58. waar Grooters eenen gulden, enz. niet
als voorwerp wil erkennen. Daarentegen noemt
Görlitz, in de voortreffelijke verhandeling over
de naamv. (T. M. I dl. bl. 7.; in de voorbeelden: