Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
blik uitgaat. Fraai gezigt wordt de plaats ge-
noemd, waarop de blik met welgevallen rust.
200a. Voor onmiddellijke kon men ook dadelijke bezigen.
b. De overtreffende trap wordt gevormd door ach-
tervoeging van ste dus wijsste.
201 Hun is hier pers. voorn. Hun of aaw/te« wordt
geduld en lijdzaamheid geleerd.
203 Voor proza vindt men hier te veel cadence;
natuur behoort het lidw. te hebben, bestaande
als eenheid in haar geheel.
204:0. Praatzucht en kwaadspreken is beter en korter.
b. Met het betr. voornaamw. die mogt geen tegenw.
deelw. gebruikt worden, dan moest het wezen:
die — is.
205 Berucht wordt van bekendheid in kwaden zin
en beroemd in goeden zin gebezigd. Zie Oüdemans
Mag. van Taalk. III. dl. bl. 194, en Tideman
Gedichten van v. Beaujiont bl. 71.
206a. Bewoner wordt meer van het platte land gezegd.
b. Een nieuwsblad, krant, zal wel altijd publiek
wezen.
c. Verzoeken heeft den persoon in den 3 en de zaak
in den 4 n. v. dus hem, of aan hem wordt
iets verzocht. Verzoeken in verzoeking brengen,
bekoren, zoo als men vroeger zeide, is bedr.
werk., met den persoon -tot voorwerp.
207a. In dit dichtstukje vindt men een aantal frequen-
tatieven. Men leze de Jager over de werkwoor-
den van herhaling en during.
b. Schetteren, niet in het Taalk. Woordenb. te
vinden, en kletteren zijn klanknabootsende woor-
den, even als schateren en klateren, waarmede
zij verwantschap hebben.
c. Klaroen is eene soort van horen of trompet,
komende denkelijk van het Franche clairon —
cornet d bouquia.