Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
M. (Albeudingk Tiitm) in de spelling » der Baslaartwoor-
den", den Hoogleeraar Siegenbeek prijzende, zegt; maar
begrijpen niet hoe lof en spot in hetzelfde werk, ja,
op dezelfde bladzijde uit één hart kunnen vloeijen.
Wij erkennen met Dr. Nassaü (Gids 1844 bl. 401) (*)
dat er zooveel mogelijk eenparigheid moet plaats
hebben, en met de Jager (M. v. T. II d. Bladz. 520)
dat, als ieder op zijne wijze en naar zijne inzigten
spelt, wij langzamerhand terugkeeren lot den staat
van zaken vóór Anno 1805; — en waren er geene
andere, dan is het toch eene groote verdienste van
Weilakds en Siegenbef.hs arbeid, dat er na dien tijd
veel grootere eenparigheid plaats had, dan ooit vroeger.
En mogen wij ons eenig oordeel aanmatigen, dan
vinden wij, dat, die tijd van onrust en woeling niet
eens in aanmerking genomen, de werken der beide
geleerde mannen meer dan uitmuntend geslaagde
proeven zijn, dat zij wel altijd de hoeksteenen, zoo
niet de grondvesten zullen blijven, waarop voortge-
bouwd moet worden.
Mogt de regering dit voortbouwen aangemoedigd,
geleid hebben, en er van tijd tot tijd ook eene her-
ziening (tooverwoord onzer dagen) van de Wetten voor
Spelling en Taal hebben plaats gehad.
Reeds eenige jaren geleden verzocht de werkzame
Afdeeling Amsterdam van het Ned. Onderw. Ge-
nootschap aan hare mede-afdeelingen om eene
opgave van aanmerkingen, die de Leden op Weilanos
Spraakkunst hadden. De afdeeling Zwolle, waartoe
ik destijds de eer had te bebooren, zond hierop een
uitvoerig antwoord. Een geheel, uit die onderschei--
dene opgaven zamengesmoltcn, is, voor zoo vér wij
weten, niet publiek gemaakt, evenmin als de ingeko-
mene antwoorden zeiven.
(♦) Waarom zijn die bcschouwinjen niel vervolgd?