Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
177
178
179a,
b.
180
181
182a.
b.
c.
183a.
ken gelooven, zou wezen, voor waarheid aanne-
men wat de spoken zeiden.
Mangelen, oülhreken, is onz. en onpers. ww. Men
kan dus ook zetten: den behoeftige mangelt het
aan vele dingen.
Of er oorspronkelijk wel onderscheid is tusschen
vlijen, in orde schikken en vleijen, mooi praten,
betwijfelen wij, op grond, dat men beide woorden
in Overijssel, Drenthe, enz. vlijen met den i
klank, die in tin gehoord wordt, uitspreekt. Het
is opmerkelijk, dat men de woorden, met ij ge-
schreven wordende, in Overijssel met tweederlei t
klank uitspreekt: schrijven, schrieven, blijven,
blieven, ijs, ies; maar blij, bli-j, even als de
volgende, met bovengenoemden klank der«; vrijen,
vri-jen, mij, mi-j, bij, bi-j, batterij, balteri-j,
in één woord nagenoeg alle woorden, die BiLDEnDUK
met y schrijft.
Plegen is gewoon zijn, dus moet gewoonlijk weg
Ondergaan, onscheidbaar, beteekent lijden, en moet
dus hier niet gebezigd worden. Scheidbaar is het
in: de zon gaat onder, is ondergegaan.
Schier is bijna.
Gedaan zijn beteekent, dat iets reeds geschied is,
en drukt dus iets verledens uit; daarom hier:
morgen zal het gedaan worden.
Door den tijd (zie 88. d).
Order is bevel, dus: ridderorde.
Fransche moet met eene hoofdletter (zie Inleiding).
Daar over. Zie 141 c.
Burgertje, d/"iemand, die kleinburger, in onder-
scheiding van groot of voornaam burger, d/een bur-
ger, die klein van gestalte is? Daar wij hier voor het
eersie zouden beslissen, plaatsten wij burger. Wie
burgertje willen behouden, moeten dat als betr.
voornw. nemen. Zie Bomhoff T. M. I dl. bl. 185.