Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
b. Als wij bijna vallen, behoeft men ons niet op te
heffen, maar staande te houden, te ondersteunen;
doch als de val gedaan is, dan weder opbeuren.
135a. Eene zaak of daad kan niet hatelijk wezen (zie
over den uitgang lijk) Weiland § 176.
b. Wie meenen, zooals wij vroeger op de aanwijzing
van sommige recensenten deden, dat het beter is
elkander dan malkander te gebruiken, lezen de
Jagers T. M. 1 dl. bl. 31 en 37 en volg,
c. Wij kiezen hier vleugelen boven vleugels, vol-
gens de juiste opmerkingen van Dr. Nassao, M.
v. N. T. 1848 bl. 2. omdat het hier een eenig-
zins edel beeld is.
d. Kortwieken is onscheidbaar dus gekortwiekt.
136a. Daar kan hier niet gebezigd worden, het zou zoo
veel als redegevend, als dewijl, omdat zijn,
het~behoort hier te wezen: alhoewel, ofschoon,
niettegenstaande, doch of deze voegw. hier den
naam van toegevende verdienen, gelijk ze bij Wei-
land genoemd worden, betwijfelen wij.
b. Gij hebt regt voor gij hebt gelijk is een germa-
, nismus: doch er is te onzent al zoo veel naar Duit-
schen trant! Regt is hier z. n. w. en dient het
bep. lidw. voor zich te hebben.
c. Herkennen is weder kennen, erkennen is inzien, of
houdende voor hetgeen het is. d. Ongelijk is hier
geen z. n. w., maar bijw. en staat dus zonder lidw.
e. Ten is zamengetrokken uit tot den: ten zijnen gun-
ste zou dus wezen: tot den zijnen gunste; het be-
hoorde te wezen te zijnen oi zijner gunste; maar
tot wiens gunst? dat zijnen kan hier slechts op
PiiiLipPüs, zien , men zou dus deszelfs moeten be-
zigen; doch korter, duidelijker qji goed kan men
dat zijnen en deszelfs weglaten en zeggen ten
gunste en wil men dit niet, even als ten dienste,
als eene nu door het gebruik gewettigde uitdruk-