Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
• 43
meervoud. Evenwel hebben wij invloeden hïj^ïL-
DEBDUK aangetroffen. Spraakl. voorrede bl. XVI.
116 Inspanning, in deze beteekenis, laat zich zonder
vlijt niet denken, daarom veranderden wij vlijt
in lusl.
lila. Raadplegen zie 90.
b. Om de herhaling van gedaan is het den tweeden
.keer veranderd in bedreven.
c. En, Ai! Men leze over dit ai de Jageu, Handl.
tot de Staten Overzetting des Bijbels, bl. 7.
d. Spelen zal hier wel beteekenen, zich willen uit-
geven voor iets, wat men niet is, huichelen; men
kan den dankbare, den vrome, den vriend spe-
len , zich houden alsof men dankbaar, vroom,
een vriend is. Doch die ondankbaar is, speelt
zoo iets niet, maar betoont zich wel degelijk zoo.
118a. Raaf is als gelijkslachtig z. n. w. vrouwelijk.
(Zie Weiland § 108.
b. Vliegeji, loopen, gaan, zwemmen, varen enz.
behooren tot die werkw. welke met zijn vervoegd
worden, wanneer daarbij eene plaats genoemd
wordt en met hebben, wanneer daarbij bepaling
van tijd voorkomt. Zie Weiland § 273.
\12a. Zij moet is wezen, omdat hier stellig en dus
in de aant, niet in de aanv. wijze gesproken
wördt.
b. Behooren te wezen en moeten wezen, drukt het-
zelfde uit, dus is behooren of moeten overtollig.
c. Hetwelk beide zouden wij niet voor eene taal-
fout aanzien ; maar het is óns vroeger in een op-
stel door een geacht hoofdonderwijzer veranderd
in welke, zeker volgens Weiland § 107, ofschoon
wij meenen, dat § 108 hier ook wel van toe-
passing kon zijn.
120a. Daar de deugd nog meer eigenschappen heeft,
dient men hier het onbep. Udw. te gebruiken.