Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
. 39
e. In den 1 naamval gebruikt men meestal die.
Weiland II § 112.
f. Beleefdst, een zamenloop van.medeklinkers, of
het een Russisch woord ware; uiterst beleefd.
Het slot kon met eene ellips wezen: Zijt gij
Busch of ik?
102 Het voorvoegsel ge vervalt wanneer de werk-
woorden , waarvan de deelw. gevormd worden
met be, ge, her, ont, ver, over enz. onsch. za-
men gesteld zijn, ilns overdreven. Anders is het
met het scheidbare overdrijven, hij dreef de ri-
vier over, is over gedreven.
iOM. Levendig'"\% vlug, vrolijk, maar levend, dat
niet dood is.
b. Ertsen, zijn de metalen in ruwen staat; artsen,
geneesheeren; harsen, gomachtige stoffen.
104 Vromen is hier zelfst. en behoort dus de n te
hebben.
105 Vergeven met den 3'naamv. is vergiffenis schen-
ken , doch met den 4 naamv. door vergif om-
brengen. Cato wilde niet alle kwaaddoeners door
vergif aan kant helpen, maar hun vergiffenis
schenken; dus allen,^
106«. Bij zwart, geel en donkerkleurig, is leeuw ver-
zwegen, dus den zwarten {leeuw) den gelen
{leeuw) den donkerkleurigen {leeuw).
b. Omdat gevaarlijkst hier meer eene bijwoorde-
lijke uitdrukking is, hebbende niet op een' en-
kelen leeuw, maar op de geheelo soort betrek-
king , veranderden wij: het gevaarlijkst (of moet
het wezen het gevaarlijkste?)
Voor het eerste pleiten de verbeteringen in
het Taalk. Mag. cn voor «teWeiland II § 198.
c. Die, het antecedent van welke, zou door vele
schrijvers in dezen volzin achterwege gelaten
worden.