Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
79a. De kat en de muis, beter: de kat met de muis,
omdat de goede verstandhouding door de eerste
verbroken wordt.
b. Paar aan paar beteekent niet bij paren, maar
bij vieren, even zoo: vier aan vier niet bij vie-
ren, maar telkens acht nevens of bij elkander. Het
moet dus wezen paar en paar Ev. Markos VI v.
7: tivee en twee. Vondel in zijn' Samson bl. 44;
' Laet zich Godts gewijden zetten
In hunne orde, paer en paer.
Zie werken v. de Maatsch. der Ned. Letterk. I dl.
bl. 109.
80 Jong en oud worden zal door sommigen verkozen
worden; wij plaatsten het werkw. in het enkelv.
omdat het ons voorkomt, dat het hier, als ware
het, maar één denkbeeld is.
81 Bilderdijk zou dood hier vrouw, genomen hebben.
82a. Wien gerust en rustig zoo digt bij elkander hin-
dert, schrijve goed geweten.
b. Slapen als een roos heeft geen' zin. Slapen als
in rozen (of in rooi, gelijk op de been enz.) dus
wordt het verklaard door Alewijn in de Werken
van de Maatsch. der Ned. Letterkunde dl. I,
bladz. 105, en volg. — Cats:
Een menschalsoo gestelt, die slaept«« sachte rozen enz.
83a. Daar braafheid, enz. achting doen verkrijgen,
schrijve men liever geacht dan bekend.
b. Eene menigte bevond.
0, Eenen jongen mensch, zou, naar het ons voorkomt,
een kind aanduiden; Beter dus een' jongeling.
d. tegen, zie N». 67.
e. Spijlen, gij mij enz. Het weglaten van het
voegwoord dat schijnt vooral in briefstijl mode
te worden, wij gelooven tegen den aard onzer
taal, die van overgang en verbinding houdt. Wij
hebben hier, eninN". 102 en 288, ingevoegd.