Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
gene (aanw. vnw.) wel te onderscheiden van
geene (niet eene, zegt Weiland; zijn dan de uit
drukkingen juist: ik heb geen ééne pen; geen een
soldaat sneuvelde?)
b. Groote zou hier in de lengte bedoelen, doch dewijl
eene andere grootheid genieend is, blijft het bijv.
n. w. onverbogen. Zie Weiland. I. § 188.
46a. Met eene verbrande lont zou men kwalijk eene
lading doen vuur vatten, met eene brandende wel.
b. Vijand is hier voorw. Men ontdekte den vijand
c. Hinderlaag is eene lage, gelegd om hinder, kwel-
ling, schade, onheil te doen
d.Bieken is reuk geven, dus; de lont riekt; maar
wij ruiken de lont. Zie IN° 4, h. Ruiken is dus
geen causatief of factitief , maar een intransitief
(onovergankelijk) w. w. zie Dr. Brill, bl, 241.
Ofschoon geen volstrekte puritein, wenschte ik toch
met zoo vele Ambtsbroeders, dat men ons voor
al die slimme namen Hollandsche woorden gave.
47. Togten (hartstoglen) /o^^ is trekking, beweging, van
bet oude tiejen (tijgen) zie ten Kate II d. bl. 451.
48. Nooit, zie iN°. 1. a.
50 Er is scherp gestreden tusschen de Vries, Lülofs
enz. die beweerden, dal Jakob van Maerlant een
nieuw tijdvak van bloei in onze letterkunde
opende, en Jonckbloed en anderen, die met van
Maerlant verval zien beginnen en ridderlijk voor
de ridderromans te velde trekken. Wij vinden de
hiqr aangehaalde woorden kernachtig en afstekende
bij honderden platte regels van kronijkdicbters
(Siegenb. chronijk) en van van Maerlant zeiven.
'51. Trotschheid is, om het zoo eens te noemen, iets
vijandigs, daarom zegt men trotsch tegen; maar
is kruipende of kruipt voor.
52. Wannet^r of als moet wegvallen, wil men gccne
overtolligheid.