Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
Zie, over het meerv. op s, hetwelk dat op en niet
noodzakelijk buitensluit, Brill, spraakl., bl. 158.
hier verkiezen wij: Van of onder de vogels.
35a. Een besje is eene oude vrouw, dus is oud over-
tollig. Eigentlijk behoort het beslje te wezen,
zijnde eene verkorting van beste moeder.
b. Van kan dubbelzinnigheid veroorzaken, alsof de
vogel zelf het verhaald had; dus is nopens of om-
trent beter; ook is verhalen, hier wat deftig;
vertellen of zeggen is beter.
Bevatteden, wordt dikwijls, ofschoon, volgens
ons inzien, onwelluidend, in den onvolm. verl. tijd
gebruikt, zoo handelt men ook dikwijls, geheel ver-
keerd, met werkwoorden, die ééne t hebben, bv.
vergrootede enz. Zie .M. v. iV. T. 1 bl. 288.
Voor het eerste pleit, dat anders de tegenw. en
de onvolm. verl. lijd niet onderscheiden zijn. Het
is hier echter tegenw. tijd dus: bevatten.
b. Ofte is verouderd.
c. Het klimop (zie 14''.)
d. Laat men groot daér .staan, dan zou het zeggen:
die groot van hout zijn.
37 In de koeijen en met de herten (van Lennep wil
harten) is fout; men schrijve: bij de koeijen, of
den ouderdom der koeijen enz.; dien der paar-
den enz.
38 In dezen volzin zien wij geene fouten.
39 Als het antecedent met het betrekk: voornw. te
zamen getrokken wordt bv. datgene, hetwelk, dan
gebruikt men meestal wat, en niet dat.
40a. Tusschen deze versregels en de vorige (van Gats)
zijn er eenige uitgelaten, daarom zou hier voor
maar beter gelezen worden: want.
b. Voor baat doen is thans gebruikelijker baat geven,
haten. Oudtijds was boet, boete, zoowel straf als
verbetering, en boeten = betalen, verzoenen, ge-