Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
Daar het nu een zeer buitensporig woord is, hebben
wij het den teugel van eene regelmatige verbuiging aan-
gelegd , en met vele achtbare schrijvers deze gevolgd:
M. Vr. Onz. Meerv.
Enk. Enk. Enk.
1. zelf. zelve. zelf. zelven.
2. zeiven. zelve. zelven. zelven.
3. zeiven. zelve. zelf. zelven.
4. zeiven. zelve. zelf. zelven.
vin. iets over ciit.
Velen willen met Bildekdijk de (j, wanneer ze door
de t verscherpt wordt, behalve in de vervolging der
werkw. met ch verwisseld hebben: zij laten dus in
November het geslacht aan kant maken.
Men leze hierover de Jager. Versch. bl. 25—32 en
vooral Siegenreek, ald. bl. 94—9&, het M. v. N. T.
en over gch de Jagers Archief 1 van 1852.
Wij kunnen hier volstaan met de ver.Jilaring, dat
wij nog den regel meenden te moeten volgen: in
woorden, welke in het meerv. g hebben, of die let-
ter om hunnen duidelijken oorsprong vereischen, moet
de g hare plaats behouden. Wij schreven dus in
21ü vlagt van vliegen, magt van mogen enz. en
ook nog hragt, als komende van brengen. Dit laat-
ste vindt tliaus vele tegenstanders. Men zegt: in bren-
gen wordt geene g gehoord, dus moet het bracht
wezen; — maar maak een vluggen knaap eens wijs,
dat de g er ook niet gezien wordt! Er is hierop aan-
gemerkt dat de spelling in vele woorden niet met de
uitspraak overeenkomt;-maar juist daarom behoeft men
het harnas niet tegen een enkel woord aan te trekken.
(Wij herinneren ons niet dat zag en gezigt aange-
rand ziju eu die komen toch van zien.) Daarenboven
do vraag van Professor Siegenreek, of bragt ook van
een Averkwoord bmgen zou komen, is nog niet ont-»