Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
vi. het bijvoegelijke naamwoord als zelf-
stasuig gebruikt.
Volgens Weiland 1 § 208 en II § 39. kan men be-
•. weren, dat het bijv. n. w. als zelfst. gebruikt, de ver-
buiging van een bijv. n. w. behoudt, en dat men
derhalve behoort te schrijven: den vromen kunnen
rampen niet ontmoedigen; de moed van den dapperen
en de bezadigdheid van den wijzen bezielen hem, enz.
Bilderdijk (Spr. bl. 97.) verdedigt op goede gronden,
(gelijk reeds Ten Kaie I. D. bl. 379, deed) dat het bijv.
n. w. alsdan ook alle rcgten van het zelfstandige naam-
woord behoort te hebben, en schrijft den dappere.
Kin'ker, (Beoord. bl. 32.) stemt dit geiieel toe.
Ook Dr. Biull, Spraakleer, bl. 195 wil het. zoo.
b0.mh0ff, (T. M. 1. bl. 24.) verkiest ook den rijke, co
Hamelberg, (M. v. T. I. bl. 39.) wil ook den vrome.
Voegt men daarbij, dat vele onzer beste 'schrijvers
het steeds zóó gebruiken, dan zal men wel goedkeu-
ren dat wij verbeterden: N". 61 don bezorgde, 81
den deugdzame, IV°' 177 den behoeftige.
Hiervan schijnen uitgesloten de toe- of bijnamen
b. v. Van Willem den Tweeden, met Filips den
Goeden, lot Alcxander den Grooten enz; omdat, zegt
Weiland, hier eene uitlating plaats heeft en het is,
als of er stond; van Willem, den tweeden Willem,
met Filips, den goeden Filips, doch, dan behooren,
naar ons inzien, deze bijv. n. w. ook niet met eene
hoofdletter geschreven te worden. Schrijft men ze
met eene hoofdletter, dan beschouwt men ze als eigen
naamw., waarvan ze trouwens de eigenschap hebben,
en men moet ze als zelfet. verbuigen. Wel schrijft het
gebruik ze met eene hoofdletter, doch als er gene re-
denen voor dit gebruik zijn, en dit integendeel op ver-
keerde gronden steunt, verdient het afkeuring.
Ook in den naam, dien ze dragen, bijnaam toe-
naam, Hgt opgesloten dat ze naamwoorden zijn. Waar-