Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
schoon hier ook eene toelating verdedigd kan wor*
den: laat toe, gij, die daarover te zeggen hebt, dat
de kinderen naar huilen springen.
In IN°. 175? is het laat mij, daar de zoon den va-
der om toelating verzoekt. In 264 behelst het eene
opwekking: Spannen wij onze krachten in! onze
krachten ingespannen! en dus laten wij. In 266 is
het een verzoek aan den serjant. (of sergeant? —
scherjant, zegt de conscrit) het is dus de gebiedende
wijze van laten, laat, met den Dativ. van den per-
soon, volgens ten Kate, dus laat hun, ofschoon vele
schrijvers laat hen gebruiken. ^
In IN". 299 is het wenschend of aansporend: dat
wij zóó leven! o{ zóó geleefd! en dus laten wij; maar
in N°. 300 daarentegen een verzoek, en dus laat
(Gij) ons.
v. iets over ten en ter.
Onze taal, eene zuster der Hoogduitsche zijnde,
liet oudtijds, zooals deze nog, aan de Voorzetsels toe,
ook andere dan den vierden naamval te beheerscli^p.
Dit gebruik, meer eene bloote navolging van het La-
tijn zijnde, dan tot de oorspronkelijke vormen onzer
taal beboerende, is later verdwenen, en alleen de
geijkte uitdrukkingen: in den jare, te goeder ure,
van der jeugd af, met der daad, enz. en de zamen-
stellingen met ten en ter: ten jare, ten leven, ter
hulpe, enz. blijven gangbaar.
Daar few zamengetrokken is uit tot den en ter uit
tot der, kunnen zij niet gebezigd worden als er vóór
het z. n. w. eenig voornw. staat.
N". 43 »ten mijnen beste" is dus tot den mijnen
beste, en behoort te wezen te mijnen beste of tot
mijn best.
N". 56 ten allen tijde, te allen tijde of te aller
tijd. N". 169 te hunner bestemming. 273 Ie
zijnen koste. enz. enz.