Boekgegevens
Titel: Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Auteur: Allirol, J.
Uitgave: Tiel: Wed. D.R. van Wermeskerken, 1852
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1021
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200125
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Spelling, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Sleutel bij de verbetering der Drie honderd volzinnen, spreuken, opstellen, enz.: voor de hoogste klasse eener lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
BLI
genoemd, dan behoeft men het gevestigd gebruik, dat
in de opgegevene voorbeelden het plaatst, niet
te veranderen.
De Apostrophe, of het AßappingsteeJcen (') staat bij
het weglaten van ééne of meer letters in een woord.
Sommigen willen het ook geplaatst bijv. in: sta-
nm'c's gedichten (men leze hiertegen Ta alk. I^Iag. II,
bl. 493, Mag. v. N. T. H. bl. 143) doch Stauisgs
is hier tweede naamval en er heeft geene uitlating
plaats, hetwelk wel het geval is in: Loois' en Tollens'
gedichten,, Anna's moeder enz. Dit Anna's zonder (')
wordt Annas, de beruchte schoonvader van Kajapuas.
liet Toonteeken, accent () wordt in onze taal niet
gebruikt; echter vindt sif,ge^beek (de Jager Versch bl.
92) gelijk ten Kate reeds deed, wenschelijk het te
gebruiken op den bastaardnitgang éren, daar hij niet
kan toegeven dien met eo te schrijven, en om dien
alzoo te onderscheiden van den uitgang der frequen-
tatieven: bijv. baggeren, enteren, van regéren enz.
ii. iets over het gebruik der hoofdletters.
Wij hebben de' eigennamen N" 91, Spanjaarden, Span-
je, Amerika, N" 106. de Goede Hoop N" 161. Ko-
ningsbergen, enz. met eene hoofdletter geschreven.
Ook de bijvoegelijke naamwoorden, die i^n Eigen-
namen afgeleid zijn (zie Bomiioff) ofschoon deze in
Weu,ani)s Spraakkunst met eene kleine letter geschre-
ven worden.
In de verbeteringen (M. v. T. 111 3) staat: »den
vijfden naamval schrijven we liefst met eene hoofdlet-
ter." Wij kunnen ons daarmede wel vereenigen.
De namen, benevens de persoonlijke en, volgens
Mulder en anderen, ook de bezittelijke voornaamwoor-
den, welke op het Opperwezen betrekking hebben.
Velen willen echter de bezittelijke voornaamwoorden
hiervan uitzonderen.