Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
vergen dan billijkerwijs van hen te vorderen is; nooit
zaTik door hebzucht n:iij tot liefdeloosheid laten ver-
leiden, en, gedachtig aan de woorden van jezus: doe
aan niemand, hetgene gij niet teilt , dat aan u
geschiede, in elke omstandigheid mij zeiven afvragen:
hoe zoudt gij in dit of dat geval als knecht wenschen
behandeld te worden?
In dezen staat leefde i]£ voort, en verdubbelde mijne vlijt,
zoodat ik allengs ooU mijn loon za^ vermeerderen. Gelukklif
zult gU zeggen — en dit was het inderdaad ook^ maar niet,
omdat ik voor mij daardoor geholpen was. Hetgene ik ver-
diende was niet voor mij , maar voor mijne geliefde moeder,
die niet alleen door hare ziekelijke gesteldheid niets ver*
dienen kon , maar wier zaken daarenboven zoodanig ach-
teruit gingen, dat er meer dan mUn loon noodig was om
haar voor gebrek te beveiligen. Ik deed intusscben wat ik
kon, en bragt haar het 's wekelijks verdiende geld met
hartelijk genoegen, zonder iets voor mij te behoiiden, ter-
wijl ik mU gedurig beklaagde , dat ik nog niet meer winnen
kon.
Door deze handelwijs, genoot ik aan den eenen kant de
voldoening, dat ik als kind een mijner eerste pligten be-
trachtte, doch aan den anderen kant, was ik verstoken van
de middelen, om zelfs in de dringendste behoeften ten aan-
zien mijner kleederen te voorzien. Wanneer de versletene
kleederen niet door nieuwe vervangen worden, dan is het
gevolg niet raadselachtig — en inderdaad, ik had niet zoo
veel om mij tegen de ongemakken van het weder te bevei-
ligen, en dit weinige was nog zoo versleten, zoo versteld,
zoo oud, dat ik m^j schaamde voor den dag te komen. In
de week moest ik, want hoe had ik anders mijn werk
kunnen verrigten; doch op zulke dagen, waarop de men-
seigen doorgaans gewoon z^Jn zich beter gekleed te vertoo-
nen, bleef ik in huis, en vertoonde mij niet. Ik had wel
S^ene reden om mij over mU^e armoede te schamen ; maar