Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
in het bezit van zulk een vader had mogen door-
brengen, en vergeleek dien met het tegenwoordige,
en tranen rolden langs mijne wangen. Mijn baas
bespeurde dit xvel; doch hij scheen er geen acht
op te slaan , en zou zich daardoor ook niet heb-
ben laten bewegen. Intusschen was het alsof eene
geheime stem mij de les inijns vaders influisterde:
gü moogt geen 'kwaad met kwaad vergelden , en dit
bemoedigde mij. Getroost droeg ik den last , die
mij opgelegd icas, keerde laat. in den nacht naar
huis , doch moest eenige dagen het bed houden ,
zoo zeer had mij de koude van dien nacht getroffen.
Hoe weinig deze handelwijze geschikt was om mij
liefde jegens mijnen baas in te^boezemen , zoo hield
ik mij echter aan de les van mijnen vader — ik ver-
gold geen kwaad met kwaad , maar behartigde de
t)elangen vau mijnen baas, als of zij de mijne waren.
Intusschen had ik toch inwendig eenen diepen afkeer
van dergelijke liefdelooze behandeling, en nam voor
om, in mijn volgend leven, wanneer anderen mij Ier
dienst mogten staan , mij nooit aan znlk kwaad schuldig
te maken. Wie is, —vroeg ik aan mij zelven — nood-
zakelijker, de baas of de knecht?—Hel antwoord
was : zonder knechts zou menig baas niet kunnen
bestaan , en zonder baas zou menig knecht geen brood
hebben : zij zijn dus noodzakelijk voor elkander. Wel
nu, dan is het ook noodzakelijk, dat de baas als baas,
en de knecht als knecht zijnen pligtdoet, anders zon-
digen beiden omtrent die pligten , welke elke maat-
schappij , zij moge groot zijn of klein, van den mensch
vordert. Ik zal dus als knecht mijnen baas onderge-
schikt zijn , en met alle vlijt en trouw zijne belangen
behartigen, zoo als ik voor God en mijn geweten kan
verantwoorden ; en als baas . zal ik mij geenszins
iets op mijne meerderheid laten voorstaan. Ik zal
dan mijne knechts, of die mij bedienen , niet meer
6