Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
6!)
Mijn vader behoorde geenszins tot die menschen,
welke meenen, dat men bij de geboorte van een
kind reeds het beroep kan bepalen, waartoe het
moet opgeleid worden. Hij wist zeer wel, dal nei-
ging en aanleg eerst in volgende jaren deze keus
moeten bepalen, en dat men dezen vooral moet
raadplegen om in zoodanige keus icel le slagen.
Wanneer men zeide hij meenigmaal, —een be-
roep kiest of tot eenig handicerk of eenige kunst
bestemd wordt, waartoe men geene neiging noch
aanleg heeft, dan blijft men allijd een breke-
been , en strekt niet zelden zich zeiven en anderen
tot last. Aan den anderen kant, wist hy ook wel,
dat men zijne keus niet moet bepalen tot eenig
beroep of eenigen stand, wanneer men geen ge-
noegzaam vermogen bezit om zich naar eisch in
zulk een beroep of zulk tenen stand te plaatsen ,
en dat het dicaasheid ts, zich, enkel uit hoog-
moed , boren zijnen stand te willen verheffen.
Geen eerlijk bedrijf: hoe u einig aanzienlijk het
in de zamenleving ook zijn moge, kwam hem ver-
achtelijk voor: want — zeide hij, — het is niet de
stand, die den rnensch versiert, maar wel de
mensch , die den stand verhoogt. Vit dit beginsel,
kwam het hem dan ook belagchelijk voor, wan-
neer men jonge lieden, die bekwame handwerks-
lieden kunnen worden, daarvan terug houdt , in den
waan , dat zij daartoe te goed zijn , dat zij voor
fatsoenlijker kring berekend schijnen, dat zij daar-
toe te goede vermogens hebben, en meer dergelijke
redenen. In zijn oog had de geringste ambachts-
man, wanneer hij zijn handwerk wel verstond,
en daarbij braaf was , meer waarde, dan zulke,
die, trotsch op eene ingebeelde meerderheid , eigen-
lijk niets zijn dan nullen-