Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
i>4
geten. ]flet volle overtuiging mag Ik zeggen ;
^Er is geen dag in ons leven , geene gebeur-
tenis op dien dag , welke niet door God voor-
zien werd. Die opvolging van ontmoetingen ,
die voor ons vol is van donkeriieid en duister-
nis ^ is In zijne oogen enicel lielit en orde. Hij
ziet van het begin tot liet eimle, en brengt
alles voort, vrat er gebeurt, op den regten
tifd en ter regter plaatse."
DWAZE VREES.
Er is geene vrees, die minder gegrond is, en die
nadeeliger op ligchaarn en ziel werkt, dan de vrees
voor spoken, waaraan zoo vele kinderen, ja zelfs
volwassenen, zich overgeven. Ik zal mij niet bezig
houden om het ongerijmde van dergelijke verdichtse-
len aan te toonen, naardien het gezond versland zelf
hiertoe middelen genoeg aanbiedt; maar waarschuwen
wil ik tegen dergelijke zolternij, omdat zij zulke hoogst
nadeelige gevolgen voor de gezondheid hebben kan.
Waarom is men toch zoo gereed aan die belagche-
lijke sprookjes geloof te hechten? Voorzeker is het de
zucht tot het wonderbare, die in onze jeugd zoo sterk
werkt, en waarvan even dwaze als onkundige vertel-
lers zich bedienen om ons hoofd met allerlei grillen
op te vullen, zonder te bedenken, hoezeer zij ons daar-
door onze rust ontnemen , en ons versland beneve-
len. Aan deze zucht is het buiten twijfel toe te
schrijven , dat kinderen van niets liever hooren dan
van zulke sprookjes, die hen met angsten schrik ver-
vullen , en hen tol vele verriglingen ongeschikt maken.
Ik herinner mij nog zeer levendig, hoe aanlokkelijk
dergelijke vertellingen voor mij waren, en dat ik het
liefst in gezelschap was van zulke personen, die in
het veriellen van spokerijen uitgeleerd waren. Ik wil
juist niet zeggen, dat ik al zulke verleliingen voor
goede munt aannam , maar waar is het intusschen ,