Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
geen geld ook om brood le koopen. Mijn vader en
mijne moeder eten ook niet.
Mijn zusje. En ik ook niet.
{Intusschen deed mijn vader alle moeite om dit ge-
sprek af te bretien.)
üe heer. De winter schijnt u ook bang te vallen.
Mijn vaden. Ja, Mijnheer! welk ambachtsman zou
zulk een winter niet hang vallen. Maar wij zijn ge-
zond, en dat is een onwaardeerbaar voorregt.
De Heer. Dit is hel inderdaad — maar uwe overige
oinslandigheden?
Mijne moeder. Ach, die zijn treurig. Mijnheer! zoo
als gij ziet. Wij behoeven dit voor u niet te ver-
bergen.
De Heer. Ik bespeur dat zeer duidelijk, lieve vrouw!
Maar Avaarom geene aanspraak gemaakt op eenig aan-
deel in de vele liefdegaven, die voor noodlijdenden
uitgereikt worden?
Mijn vader. Ik zou het zonde rekenen, de armen
van hun regtmatig deel te berooven, Mijnheer! Er
zijn zoo vele ouden, zwakken, en ziekelijken, die bui-
ten slaat zijn om iels leverdienen. Ilet ontbreekt mij
niet aan lust en krachten —had ik slechts le werken.—
De heer. Uwe braafheid verdient een beter lot. Ik
wil u geene liefdegiften opdringen. Intusschen vor-
deren uwe omstandigheden eenige voorziening. Kom
morgen avond aan mijne woning, dan spreken wij
nader. Gij zwijgt echter van hetgene hier is voor-
gevallen, en hetgene verder gebeuren zal. Wij heb-
ben .slechts één getuige—God.—Ik dank Hem, dat
Hij mijne schreden hier heen geleid heeft!— Daar,
moedertje! doe uwe kindertjes daarvoor intusschen
wat le goed. [Op dit zeggen stak de heer mijne moe-
der eenig geld in de haiid, en vertrok zoo spoedig, dat
zij geen tijd had om hem te bedanken.)