Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
DEELNEMING IN DE OMSTANDIGHEDEN
MIJNER OUDERS.
Ik heb u tot heden met vele mijner zwakheden en ver-
keerdheden bekend gemaakt. Ik heb dit gedaan met de grootste
opregtheid, opdat gij uit mijn voorbeeld moo^ leeren wijzer
en behoedzamer te zijn. Vergun mij nu, dat ik u met eenige
mijner goede hoedanigheden bekend make. Hieronder tel ik
voornamelijk de liefde jegens mijne ouders, en mijn hartelijk
aandeel in alle die verschillende omstandigheden, waarin zij
verkeerden. Hunne blijdschap was ook de mijne; hunne droef-
heid maakte op mij doorgaans eenen dieperen indruk, dan men
zulks bij een kind zou verwachten.
Ik heb reeds hier en daar van de bekrompene omstandigheden
mijner ouders gewag gemaakt, en deze omstandigheden waren
dikwijls zeer treurig: werkeloosheid, ziekte, en het daaruit
ontstaande gebrek aan de dringendste benoodigheden des levens,
verbitterden dikwijls hunne dagen, die anders zeer gelukkig
zouden geweest zijn. Al vroeg bespeurde ik met meer dan ge-
wone oplettendheid de ware oorzaak van hun lijden, en leed
daarbij iu stilte meer, dan ik kan zeggen.
Deze deelneming, waarvan mijne ouders volkomen overtuigd
\faren, en mijne stilzwijgendheid ten aanzien van alles, wat
hen betrof, gevoegd bij eene zekere mate van schroomvallig-
heid en bescheidenheid, die mij natuurlijk eigen schenen,
maakte, dat ik niet alleen iu het volle vertrouwen van mijne
ouders deelde, maar ook tot menige verrigting gebruikt werd,
die zij uit eerzucht of schaamte aan geen ander durfden toe-
vertrouwen. Onder deze verrigtingen van een zeer onaange-
namen aard, tel ik voornamelijk het verpanden van goed, eu
het invorderen van vertraagde betalingen, wanneer de hooge
nood hen drong daartoe hunne toevlugt te nemen.
Zich in geval van nood van hun eigen goed te bedienen,
liever dan te leenen of een ander om betaling lastig te vallen,
was een regel bij mijne ouders. Zij berekenden elks denkwijze
naar de hunne , en stelden vast, dat niemand enkel uit onacht-
zaamheid eenige betaling zoude uitstellen. Zij wisten bij onder-
vinding, hoe smartelijk het valt, wanneer men , bij den besteu
wil, van de middelen versloken is om ieder te geven, wat
hem regtmatig toekomt; en deze grieve wilden zij bij anderen
niet vermeerderen. Vanhier dan ook , dat ik menigmaal met