Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
kon ik ook niet. — Eindelijk deden eenige kluchtige
sprongen van de kat mij in lage hen uil barsten —
zoo hartelijk was mijne droefheid — en ik hield mij
voorts, als of er niets gebeurd was. Mijne moeder
gaf mij eene liefderijke vermaning, en met schaamte
gevoelde ik mijne verkeerdheid.
Op eenen anderen tijd speelde mijn eiqenivaan mij
eenen trek van een strafwaardiger aard. Eens, toen
het sober middagmaal gereed, en ik aan tafel geroe-
pen was, overzag ik met eenen onvergenocfiden blik
den karigen disch. Ben ik, — zeide ik bij mij zei-
ven — niet zoo goed als zulke kinderen, die zich
volop met allerlei lekkere spijzen mogen verzadigen?
Waarom moet ik mij met zuUcen kost behelpen ?
Als ik niets beters kan krijgen, wil ik ook niel eten.
Mijne ouders bespeurden mijne ontevredenheid, en vroe-
gen , waarom ik niet at. Ik heb geen honger — was
het antwoord. Dat verwondert mij, — hernam mijne
moeder—omdat gij reeds verscheidene malen gevraagd
hebt, of het eten haast gereed zou zijn. Ik lust geen
eten, — was mijn onvriendelijk antwoord. — Ik lust
zulk eten niet. Als ik geen beter eten kan krijgen, eet
ik in het geheel niet.— Dil zeggen trof mijne ouders
zoo zeer, dal mijnc moeder tranen stortte. Mijn vader
antwoordde bedaard, echter niet zonder diepe smart:
wij hebben het niet beter , en moeten ons ook daarmede
behelpen. Is het u te gering — eet dan niet. Ik schoof
mijnen stoel terug, en zag, hoe mijn broer en mijne
zusters met graagte het sober maal verslonden, terwijl
mijne ouders in stillen weemoed daaraan deel namen,
ja zelfs dit met hunne tranen vermengden.
Zoo erg had ik mij de gevolgen van mijne regtmatige
weigering, zoo als ik meende, niet voorgesteld. .Mijn hoogst