Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
zon lenig geven, als zij hel mij wilde leenen. Op
het woord leenen, zag mijne moeder mij met be-
vreemding aau, en antwoordde zeer hedaard : wacht
tol gij zoo veel bespaard hebt, dan behoelï gij niet
te leenen — het heeft ook znlk een haast niet. Als
gij liet mij niet leenen wilt, — zeide ik — och, geef
het mij dan, ik verlang zoo naar een nieuwen
lol! — Ik moet zoo menigmaal mijn verlangen onbe-
vredigd zien, — was bet antwoord. Ik ïieb mijn
geld tol dringender behoeften noodig, en kan u niet
helpen. — Een weldenkend kind had zich met dit
antwoord vergenoegd, doch dit deed ik niet. De
aanhouder wint, dacht ik, en herhaalde dus mijn
verzoek, doch vruchteloos. Mijne moeder bleef bij hare
weigering, en moest voorzeker daai bij blijven , enkel
nit onvermogen om mijnen wensch le bevredigen.
Ik begon te huilen. Nn, dacht ik, zal ik mijn zin
wel krijgen. Dit gelukte niet. Ik begon mijnen loon
hooger te stellen; doch mijne moeder was onverbid-
delijk. Eindelijk begon het haar le vei'drielen. Wilt
gij de proef nemen, — zeide zij —om langs dezen
Aveg nwen zin te krijgen, ga dan in deze kamer,
dan kimt gij ongestoord voortgaan — en met een
stiel zij mij in een ander vertrek.
Daar zat ik nu. Mijn zin le krijgen, hieraan
was niet te denken. Met huilen op te houden,
docht mij , zou kinderachtig geweest zijn , en
het voorkomen gehad hebben , als of ik niet
wist wat ik deed — als of ik ongelijk had, en
dal was toch zoo niel. Ik zette dns hel begon-
nen werk voort, doch werd bierdoor eindelijk zoo
moede, dat het mij hartelijk berouwde, deze ver-
keerde proef begonnen te hebben. Had mijne moeder
mij nu slechts aangespoord om tevreden te zijn, dan
had ik mij gereedelijk laten vinden, doch dit deed
zij niel. Zonder eenige aanleiding le zwijgen , dat