Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
maar ik had niet geweten , hetgene ik nu eerst hoorde,
dat de vier stuivers op dien oogenblik hunne eenigsle
bezitling in geld uitmaakten. Het brood , dat ik daar*
voor had moeten halen, was voor ons gezamenlijk
avondeten bestemd, en had voor elk niet dan een on-
toereikend gedeelte kunnen opleveren. Dit was het
niet alleen, dat mijne smart vermeerderde; er volgde
nog iels, dat mij diep trof. Toen ik gezegd had, wat
er gebeurd was, viel het volgende gesprek voor:
Mijn Vader. Waar hebt gij het geld verloren ? (Ik
noemde de plaats]. Hebt gij er niet naar gezocht?
Ik. Ja, maar ik heb het niet kunnen vinden.
Mijn Vxider. Hebt gij het niet hooren vallen?
Ik. Neen.
Mijn Vader. Voeldet gij dan niet, dat het u uit de
hand viel?
Ik. Ja.
Mijn Vader. En gij hebt niet gezien, waar hel viel?
I/c. Neen.
Mijn Vader. Hoe is het mogelijk?
Ik. Ach 1 ik liep zoo hard.
Mijn Vader. Uitvlugten zijn het, waarvan gij u be-
dient. — Gij hebt hel versnoept, ongelukkig kind?
Ik. Versnoept?. . {meer kon ik niet zeggen, zoo
zeer ivas ik door deze onverwachte verdenking ge-
troffpi).
Mijn Vader. Uw gelaat verraadt u ! wat moeten wij
niet al aan u beleven ! Gij hebt u eens — en misschien
reeds meermalen — aan dieverij schuldig gemaakt,
en nu waagt gij dit andermaal! Uw verregaande snoep-
lust heeft u zeker weder tot dit kwaad verleid. Waar
hebt gij het geld gelaten? — wat hebt gij daarvoor
gekocht? — spreek!
Ik. Och, lieve vader, geloof mij, ik heb het niet
versnoept, ik heb het verloren. Ik heb er niet eens
aan gedacht om hel te versnoepen , en zal mij ook
nooit weder aan dit kwaad schuldig maken. — Och,
geloof mij toch 1 Ik zal u immers niet misleiden?
Mijn Vader. Ik kan u niet gelooven.