Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
smartelijk zijn; echter neemt dit geenszins de zoo
wensclielijke kalmte des gcmoeds weg, wanneer men
zijner onschuld bewust is. Heelt men daarentegen door
vroegere verkeerdheden aanleiding tot zoodanie;e ver-
denking gegeven, dan heeft men bovendien de hoogst
onaangename bevinding, dat men zelf oorzaak van
zulk een verkeerd vermoeden is, en dat men ons van
eenig kwaad verdenkt, waartoe men ons anders niet
in slaat zou gerekend hebben. Ik heb dit meer dan
eenmaal ondervonden.-Zelfs toen ik mijne moeder het
dubbeltje vertoonde, dat de winkelier mij te veel ge-
geven had, bespeurde ik op haar gelaat zekere twij-
feling, alsof zij mij wilde vragen: Is het wel waar?
Ik moesl mij dit stilzwijgend laten welgevallen, om-
dat ik in verscheidene opziglen geene reden liad om
over mij zeiven voldaan te zyn.
Eenigen lijd na het hiervorea verhaalde, geraakte ik
weder in verdenking, hetwelk mij diep deed gevoe-
len, hoe ongelukkig het is, wanneer men bet ver-
trouwen verloren heeft. Ik moest namelijk voor mijne
moeder eene boodschap doen, en had daartoe twee
dubbelljes medegekregen. Met dit geld in de hand,
spoedde ik mij nu naar den bakker, ~ want ik moest
een brood halen; — doch naauwelijks was ik eenige
schreden van huis, of ik liet uit onachtzaamheid een
dubbeltje uit mijne band vallen. Ik zocht een gerui-
men tijd; doch te vergeefs. Waar hel gebleven is,
weet ik niet, waarschijnlijk is het in een riool ge-
raakt — althans ik vond het niet weder, en moest
dus naar buis terug keeren. Dat ik dil schoorvoetend
en met een beklemd gemoed deed, te meer, omdat
ik voor mijne onachtzaamheid eene ernstige hesiraliing
te gemoet zag, laai zich ligt denken. Naauwelijks
was'ik in huis gekomen, of de vraag was: waar zijt
gij toch zoo lang geweest? Waar is het brood? Slot-
lerend bekende ik mijne onvoorzigligheid, en tieze
bekentenis verwekte bij mijne ouders verschillende
aandoeningen. Dat bel gemis van een dubbeltje voor
hen een verlies vau belang was, w^ist ik zeer wel;