Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
de geringe hoeveelheid, die ik van deze of gene wa-
ren moest halen, en aarzelde menigmalen den winkel
binnen te treden, wanneer ik eenig volk daaarin ge-
waar werd. Dat dit eeene valsche schaamte of een
dwaze hoogmoed was, heb ik naderhand leeren inzien.
Welk kwaad stak e?' toch in, dat ik als jongen bood-
schappen voor het huishouden deed? Men kon daaruit
het gevolg afleiden, dat mijne moeder geene andere
hulp had; doch dan was het immers mijn pligt, haar
ook hierin de behulpzame hand te bieden ? Is het
schande , dat men, zoo als men zegt, naar zijne beurs
ter markt gaat F Immei's neen! maar schande is het,
wanneer men b. v. voor een gulden aan waren te
borg haalt, en geene kans ziet om een sfuivei' te be-
talen, Het is waar, dat dit markten in het klein een
bewijs van onze armoede opleverde; doch het is geene
schande arm te zijn, ten ware men dit aan eigen
tvangedrag te wijten heeft. Deze verkeerde begrippen
hebben mij dus ook menige onaangename bevinding
vooroorzaakl. Doch laat mij, na dezen uit stap, tot mijn
verhaal terug keeren.
Eens op eenen avond was ik d«or mijne moeder tot het
doen van eene boodschap, naar den winkel gezonden. Wat ik
J,e halen had, is mij ontgaan ; doch dit weet ik , dat zij mij een
gulden medegaf, en dat ik, daar ik maar weinig stuivers te
besteden had, een groot deel vau den gulden moest terug ont-
vangen. De winkelier telde mij dit voor, doch vergiste rich,
en gaf mij een dubbeltje meer dan ik hebben moest. Aanvan-
kelijk twijfelde ik, doch stak het geld bij mij, en ging heen.
Op straat gekomen zijnde, telde ik het terug ontvangene geld
nog eens na, en bevond mijn vermoeden bewaarheid: de win-
kelier had mij een dubbeltje te veel gegeven. #Ha!" zeide ik
bij mij zeiven, #dat is winst — dat zeg ik mij ae moeder niet,"
en in een oogenblik was het dubbeltje van het overige geld
afgezonderd en in een anderen zak. Nu liep ik, wat ik loo-
pen kon om niet achterhaald te worden, indien de winkelier