Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Ifif Ait fferal leerde ilt, dat elTc verhodei^
genot hittere vruchten teelt, en dat geene
ongeoorloofde genieting Icon optcegen tegen
de onaangename gevolgen^ die daaruit nood»
wendig roortvloeijen» Jh nam dan ooIcerM-
stig voor om voortaan m{jne lusten te be*
dwingen. Jh bad God deemoedig om vergeving
eift ondersteuning; en door mijne hulp heb iU
meer en meer geleerd myne begeerte niet uit
te streUken tot dingetn-^die iU niet hebben hon»
Jfen volgenden Zondag speelden tr(/ met
het nieuw aangehochte spel ; doch voor»eher
met verschillende gewaarwordingen. Voor
mif was het een voorwerp der onaangenaam-
ste herinnering; en dit is het ooh altijd ge-
bleven^ »00 lang tic met deste hinderen ver*
heerd heb. Intusschen versterUte het besten-
dig in mij het besluit om steeds eerlyfc en
opregt te handelen.
DE VERZOEKING.
De grootste overwinning is die op zich
zelven. Het valt ons gemakkelijk een ander le be-
rispen, en hem de wet voor te schrijven; doch ons
eigen gedrag naauwkeurig na te gaan, behoorlijk te
regelen, en onze eigene begeerte tc onderdrukken,
dit scliijnt eene moeijelijke zaak te zijn; wanl ware
dit zoo niet, hoe zouden wij ons dan aan zoo vele
verkeerdheden schuldig maken? Onbegrijpelijk is bet
dat men zich zoo liglelijk aan hel kwade ovcrgeel't,
niettegenstaande de onaangename gevolgen, die men
bij voortduring daarvan ondervindt; en dat men zoo
al'keerig is van bet goede, ofschoon het voor ons hart
de streelendste gewaarwordingen oplevert. Ik weet
geene reden van dit verschijnsel te geven. Is het ook
daarin te vinden, dat wij niet opmerkzaam genoeg
zijn op de stem van ons geweien? Dat wij de aan-
gename gewaarwording, die wij na het volbrengen