Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
mij nog herinneren, dat hij mij deed opmerken,
dat deze misdaad een naluurlifk yenolg was van
mipien snoeplust, voor welk kwaad hij mij reeds
zoo dikwijls ernstig gewaarschuwd had. dal ik
God moesl danken voor zijne goedheid, door dit
kwaad in den beginne te 'stuiten, ren minste aan
den dag te brengen, en dat ik vu het vertromven
verloren had, en dit slechts door een aanhoudend
(joed gedrag kon herwinnen.
Deze daad, hoe verkeerd en strafiraardig
ook op xich zelve , w as echter voor mij van
zeer goede gevolgen ; schoon ik daarbij onder-
vond, dat het gemakkelijker is zich voor eene
kwade gewoonte te ivachten, dan dezelve we-
der af te leggen, wanneer zij ons eens tot
hebbelijkheid geworden is. Waar is het der-
halve , dat eene verouderde wond tot derzel-
vcr genezing doorgaans sterk werkende mid-
delen vordert.
Klets griefde mij meer «lan het vertrouwen
verloren te hebben. Ontstond er eenige twijfel,
dan viel altijd het vermoeden op mij, en waar-
mede kon ik mij regtvaardlgcn ? Met de ver-
zekering , dat ik onschulillg was ? Hoe kon
men mij gelooven , ik had mij Immers eenmaal
schuldig gemaakt ? En al scheen men mij te
gelooven, dan behielfl ik echter nog het in-
nerlijk verwijt, dat ik zelf de oorz^aak van
deze ongegronde verdenking was f Wat ik bij
dit alles in mijn binnenste gewaar werd , laat
xich niet beschrijven. Het vertrouwen mijner
ouders , die mij boven alles dierbaar walen ,
verbeurd te hebben , vervulde mij bij aanhou-
dendheid met diepe smart. IVu eerst onder-
vond ik duidelijk, dat elk kwaad zijne eigene straf
medebrengt; en dat een gerust gemoed alleen de vruebt van
een deugdzaam gedrag kan zijn.