Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
ste mog:e men dom noemen — het bewijst inlussrhen»
dat ik in misdaden van dezen aard geenszins volleerd
was. Gelukkig was hei, dat ik hierbij met geen
overleg te werk ging: want was mij deze eerste proef
gelukt, dan was Ik welligt spoedig tot eene tweede
overgegaan, en had mü daardoor diep ongelukkig ge-
maakt.
Naauwelijks had ik den stuiver ontvangen, of ik
bragt hem bij mijne speelgenoolen, en begaf mij naar
huis. Dit alles geschiedde echler niet zonder angst,
want wie kan hij het bedrijven van eenig kwaad
gerust zijn. Had mijn vader eenig kwaad kunnen ver-
moeden, dan had iiij dit voorzeker op mijn gelaat kun-
nen lezen, want mij w;is het als of de misdaad op-
mijn aangezigt geteekend stond.
Ik begaf mij stil aan heï werk ; trachtte mij ge-
rust te stellen , en poogde mij het genoegen van den
volgenden Zond;ig voor den geest le brengen, toen er
iemand binnentrad met de vraag, waarom mijn vader
een stuiver meer rekende dan'men bij anderen be-
taalde. Mijn vader antwoordde, dat hij niet meer dan
vier stuivers, den bepaalden prijs, had laten vragen.
Het antwoord hierop was, dat ik vijf stuivers ge-
vraagd had, en dat men mij die ook betaald had. Nu
werd ik ter verantwoording geroepen. Hoe ik opdien
oogenblik te moede was, laat zich niet beschrijven. Van
schaamte en berouw, had ik mij wel voor mij zeiven
willen verbergen. »Waar hebt gij dat geld gelaten?''
vraagde mijn vader — Ken* misdadiger kan zijn doodvon-
nis niet verschrikkelijker in de ooreu klinken dan mij
deze woorden deden. De zaak te ontkennen — dit kon ik
niet; hiertoe was mijn hart niet genoeg bedorven : en al
had ik zulks gewild, dan zou mijn gelaat tegen mij
getuigd hebben. Ik bekende dus "sehuld; en met de
verzekering dat iets dergelijks niet weêr zoude gebeu-
ren , vertrok de man-