Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page

Onder de kinderen, met welke het mij vergund was te
spelen, waren er drie uit een huis, aan welke ik bijzonder
gehecht was, en die zulks ook, om hunne beminnelijke hoe-
danigheden , Terdienden' Zelden ging er een Zondagavond
voorbij, waarop wij niet bij elkander waren. In de weck was
hieraan niet te denken, want dan hadden wij andere bezig-
heden, en mijne speelgenooten volgden ook beter dan ik het
spreekwoord:dat het zwaarste altijd het zwaar-
ste moet wegen.
De avonden, waarop wij bij elkander waren, sleten wij al-
tijd genoegelijk met eenig onschadelijk spel. AYij speelden met
pepernoten op het ganze- of uilebord, lazen elkander iets
voor uit nuttige boekjes, waarbij ik echter altijd toehoorder
was, knipten onderscheidene Gguren van papier, gaven elkander
raadsels op, en dergelijke. Alles ging in de beste overeen-
stemming; twist of krakeel was ons geheel vreemd: ieder gaf
gaarne iets toe, en nooit verleidde de hebzucht iemand onzer
om bij het spel onregtvaardig te zijn, hetwelk anders bij het
spelen, vooral met pepernoten, wel eens plaats heeft.
Be kleine uitgave toor pepernoten^ die slechts in weinige duiten
bestond, maakte ik uit viijn Zondagsgeld goed — zoo veel magt
behield ik over mij zelven; doch dit verkeer gaf mij ook een ge-
noegen, dat ik niet gaarne zou ontbeerd hebben. JJet t^as onschul-
dig ; de middelen daartoe waren van dien aard, dat zij mij geen
verwijl veroorzaakten , en dit laatste bragt zeker veel toe tot een
oncervalscht genot.
Die staat ziet toe dat hij niet v alle. Op eenen
avond, toen wij bij elkander waren, kwamen wij overeen om voor
den volgenden Zondag een nieuw spel te koopen, waartoe voor ieder
de buitengewone uitgave van eenen stuiver vereischt werd. Wij wet'
den daartoe te meer aangespoord ^ daar ons gezelschap met ticee
Uden vermeerderd was. Dadelijk gaf ieder zijnen stuiver, want
mijne speelgenooten, hoezeer zij insgelijks geene welvoorziene kas
hadden, waren echter spaarzamer, en dus zelden geheel zonder
geld. Met een der leden van het gezelschap was het intusschen an-
ders gesteld. Ik behoef u niet te zeggen, wien ik bedoel. Te beken-
nen , dat ik thans geen geld had, kon ik niet ontwijken. Ik wachtte
mij echter wel orn te zeggen, dat ik het reeds versnoept had, want dit zou
mij eene berisping veroorzaakt hebben , en deze wilde ik ontwijken. Er
was mij te veel aan de achting dier kinderen gelegen, en ik zou de^
zelve voorzeker verbeurd hebben, indien zij mij van dezen kant