Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
meer kan bekomen. Ik stem dil gaarne toe, en ben
zells overtnipd , dat het geen' lof verdient, zich van
eenig kwaad Ic onthouden, dat men niet bedrijven kan,
doch deze onmogelijkheid stelt ons toch in slaat ora
het verkeerde in te zien, en ons daartegen te wapenen.
Ik leerde dus eerst matigheid uit nood, en beoefende
die vervolgens uit overtuiging. De omstandigheden ,
die mij tot matigheid noopten, leerden mij ook te dezen
aanzien vele nuttige opmerkingen. Alle uitersten
z ij n s c h a d e l ij k , zeide mijn vader dikwijls, en
hierop grondde ik deze aanmerking, dat hel onmatig
gebruik van spijs en drank, als zoodanig uiterste, dan
ook zeer schadelijk moesl zijn, dewijl de natuur zich
met weinig vergenoegt, en vond dil ook bij vergelijking
bewaarheid. Ik kreeg niet dan zeer eenvoudige en ge-
zonde spijzen, waaraan de kookkunst haar vermogen
niel behoefde te beproeven, wanl de honger kruidde
ze. Ik genoot daarbij de beste gezondheid, werd
sterk, en droeg uiterlyk daarvan de zigtbaarste blijken.
Daarentegen bespeurde ik bij velen, wien de matigheid
vreemd was , een verbleekt gelaat , ingevallen oogen,
een vadzig ligchaam , en eene lustelooze ziel, en be-
schouwde dit als een onfeilbaar bewijs hunner onma-
tigheid. t
Dezelfde oorzaak , die mij matigheid leerde in hel
gebruik van spijs en drank, schreef mij ook de ma-
tigheid voor in uitspanningen en vermaken, en dil was
mij niet minder heilzaam, Te veel is hierin ook scha-
deiyk. Die al het genot eener geoorloofde uitspanning
wil smaken , moet haar spaarzaam genieten. Doet
men dit niet, dan ontstemt het ons gemoed, en maakt
ons onvatbaar voor het ware genoegen, dal men anders
bij vermaken, die den mensch waardig zijn, kan smaken.
Mijne bekrompene omstandigheden ontzegden mij
hel deelnemen aan vele geoorloofde vermaken , maar
zij leerden mij in nuttige bezigheden mijne uitspanning
zoeken, en mei mij zeiven te verkeeren. Ik heb hieraan
grootendeels mijnen tegenwoordigen welstand naar lig-
chaam en ziel te danken, en zegen de wijze wegen