Boekgegevens
Titel: De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Noothoven van Goor, 1861
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 806
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200108
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De arme Jakob: een leesboek voor de scholen.
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
BELET ARMOEDE OXS GELUKKIG TE ZIJX!'
Belet armoede ons gelukkig te zijn ? Eeue zonderlinge vraag,
ïult gij zeggen. — Ik deed mij die, cn dacht er even zoo
over als gij. Ik wil u echter zeggen, hoe ik tot deze vraag
gekomen ben. Ik heb opgemerkt, dat vele menschen, die
arm of ia geene ruime omstandigheden geplaatst zijn, naar
rijkdom wenschen, en hem als het hoopte geluk in dit
leven beschouwen. Integendeel, heb ik rijken ontmoet, die
den armen hun geluk benijden. Deze tegenstrijdigheid wist ik
eerst niet overeen te brengen : de eene wenscht, en beschouwt
als het hoogste geluk, hetgene de andere, die dit geluk
bezit, niet telt, of als zijn ongeluk beschouwt. Dit zonder-
linge bragt mij tot nadenken, en zie hier, wat ik daarop ge-
vonden heb.
De mensch haakt doorgaans naar hetgene hij niet heeft en
ook dikwijls niet kan erlangen, terwijl hij de voorregten,
die hij geniet, niet kent, of niet behoorlijk weet te ge-
bruiken.
Men kan in eiken stand gelukkig zijn , wanneer men zich
met zijn deel weet te vergenoegen.
Elke stand heeft zijn goed en kwaad; men moet derhalve
beide kennen, om juist te kunnen oordcelen.
De wezenlijke waarde van den mensch, en dus zijn waar
geluk , ligt niet in geld of goed , maar in een deugdzaam hart.
Uit deze grondslagen , trok ik dit gevolg :
De arme kan tevreden zijn en een deugdzaam hart bezit-
ten — dit had ik in mijne ouders bevestigd gevonden — eu
derhalve kan armoede geen beletsel zijn voor waar geluk.
Het is waar, dat de rijkdom ons menig genoegen, menig
gemak kan verschaffen; maar als men deze genoegens en dit
gemak niet kent, dan kan men ook de behoefte daaraan niet
gevoelen. Ik geloof, dat dit voornamelijk het genoegen
van den arme uitmaakt: want hij is de rijkste, die de
minste behoeften heeft. Wanneer de rijke eene behoefte,
die hij, ondanks zijn vermogen, niet vervullen kan, onbe-
vredigd moet laten, en de arme heeft ook eene behoefte,
die hij niet bevredigen kan, dan zijn zij elkander in dit opzigt
volkomen gelijk. Zij koesteren v/enschen, die niet voldaan
kunnen worden, en verzuimen daardoor het overige goede te
erkennen.