Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de tweede klasse, ter dienste der scholen
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1850
19e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200105
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de tweede klasse, ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
Wat moest eigenlijk die man doen: zijnen yriend
het geld kenen, of zync schulden betalen?
En waarom? i
31.
DE BEDACHTZAME.
De
kleine Jakob, een lieve jongen, speelde eens
even buiten de stad; hij huppelde over eene plank,
die over eene sloot lag, struikelde, en viel in het
water. Be sloot was 7iiet diep, maar modderach-
tig, zoo dat de kleine groot gevaar liep om in
den modder te smoren. Dit zag de heer G.,
de eenigste, die bij bet geval tegenwoordig was.
Dat de sloot niet diep was, wist hij; dus be-
hoefde hij, om het kind te redden, slechts tot
aan de heupen in het water te gaan. Wat denkt
gij, dat hij deed? — Hij bedacht zich eenigen
tijd, of het wel raadzaam ware, om zoo verre
in dit koude water te gaan; of hij hierdoor niet
te veel verkouden en zich eene ziekte op den hals
zou halen. — Dus bleef hij lang besluiteloos
staan; en het kind zou voorzeker in den modder
omgekomen zijn, zoo er niet een ander aange-
komen was, die dadelijk in de sloot sprong, en
het van eenen onfeilbaren dood verloste. De
laatste verwierf door deze daad grooien lof, doch
de heer G. was genoodzaakt om, met scheldwoor-
den overladen, ijlings die plaats te verlaten.