Boekgegevens
Titel: De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Auteur: Anslijn, P.D.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1837
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 862
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200101
Onderwerp: Aardwetenschappen: meteorologie: algemeen
Trefwoord: Meteorologie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 7A )
Wanneer liel des morgens slerk gedauwd heeft,
houdt men dit als een voorteeken van eenen hel-
deren, warmen dag.
»>©<SK
Een zeker zoetachtig, klevig 'vocht, dat men
op sommige planten aantreft, wordt door velen
ook voor (lauw gehouden, en draagt den naam
van honigdauw, doch dit gevoelen is eene dwa-
ling. Deze honigdauw is een vocht, dat door
de planten zeiven uitgezweet wordt of dat som-
mige insekten voortbrengen. De natuuronderzoe-
ker LECUE heeft opgemerkt, dat de bladluizen,
uit twee buisjes aan het achterlijf, een zoet
vocht ontlasten, dat oj) de takken en bladen
droogt, en een klevig bedeksel nalaat, waar-
op de bijen, mieren, en andere insekten gretig
azen. Zoodra er op den honigdauw regen valt,
wordt dezelve daaimede afgewasschen. Door de
drooging, veroorzaakt de honigdauw roodachti-
ge vlekken op de bladen, en deze dragen den
tiaam van roest.
Op sommige gewassen, houden zich een ontel-
bare menigte kleine insekten op, die de planten
met een wit stof overdekken, en aan deze bedek-
king, geeft meri den naam van meeldauw.
Rijp.
niet luchtverschijnsel, dat wij gewoon zijn
Rijjt te noemen, onderscheidt men in twee soor-
ten.