Boekgegevens
Titel: De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Auteur: Anslijn, P.D.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1837
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 862
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200101
Onderwerp: Aardwetenschappen: meteorologie: algemeen
Trefwoord: Meteorologie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 65 ) '
fcijzonder erger aan de poollanilen, en valt zoo
digt, dat zij als een nevel de naastbij zijnde
voorwerpen aan het oog onttrekt. Bij da niin-
ste beweging der Inciit, dringt zij door de
kleinste openingen, en is in alle gevallen schade-
lijk voor het gezigt.
De naaldsneeuw, die bij noorden - en oosten
winden, in strenge winters, ook hier niet zeld-,
zaam is, onderscheidt daardoor zich van de
stofsneeuw, dat zij slechts uit verbrijzelde naalden
der fijne sneeuwsten-en bestaat, welke naalden
zeer broos zijn.
Wanneer deze soort van sneeuw valt, houdt
men dezelve doorgaans als een voorteeken van
langdurig sneeuwweder.
De vlohkcnsneeuw t die men weder in groo-
te, middelmatige, en kleine vlokken onderscheidt,
bestaat uit vercenigde sneeuwsterren of gedeelten
daarvan; zij ontstaat bij eene geringe vorst, en
kondigt doorgaans dooiweder aan, wanneer de
vlokken zeer groot zijn.
De watersneeuw, ook natie sneeuw genaamd,
is zulke, die dadelijk bij het nedervallen smelt.
Men ondersclieidt nog uitgestrekte sneeuio-
iveders, en noemt de sneeuw zoo, wanneer de-
1 zelve op denzelfden tijd op eene groote uilge-
Istréktheid valt, dat doorgaans plaats vindt in
het l>egin en in het midden van den winter.
Sneeuwhuizen, noemt m-^u het, wanneer de
meeuw valt uit vooibijlrekkende wolken, zoo
lis wij ten aanzien der regenbuijen aangemerkt
lebheii; zij komen meest voor in <te maanden
laart en April.
E Sneeuw»