Boekgegevens
Titel: De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Auteur: Anslijn, P.D.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1837
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 862
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200101
Onderwerp: Aardwetenschappen: meteorologie: algemeen
Trefwoord: Meteorologie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
• ( 64 )
3390 Wed. cl; in de Pyreneën, ruim 2462 Ned.
el; in het gebergte van Zwitserland., omtrent
2100 Ned. el; Op IJsland, ruim 817 Ned. el,
tot dezelve eindelijk aan de polen tot aan de
oppervlakte der zee daalt.
Be sneeuw is zeer verschillend ten aanzien der
digtheid, cn dus ook ten aanzicii der hoeveelheid
water, die dezelve door smelting oplevert. Som-
mige sneeuw geeft een zesde water, en andere
slechts een twaalfde deel. De fijne sneeuw heeft
de meeste digtheid, en blijft dus ook langer lig-
gen dan de veel lossere, die uit groote vlokken
bestaat.
Bij bestendige koude, zakt de gevallene sneeuw
meer en meer in elkander, damj)t bij eene hel-
dere lucht aanmerkelijk uit, en zoo vermindert
steeds de massa, terwijl later de veibazende wit-
heid afneemt, welk laatste verschijnsel waarschijn-
lijk veroorzaakt wordt door de ontbinding en
door stof en andere zelfstandigheden, die zich met
de sneeuw vermengen.
Men onderscheidt de sneeuw iu de volgende
soorten;
1. Stof sneeuw,
2. Naatdsneeu w,
3. Ylokkens7ieeaw,
4. Wat er sneeuw.
De stofsneemv is de fijnsie sneeuw, die uil
onbegriji>eiijk fijne naaldjes beslaat, en die Jiicl
dan door de sïrengste koude kan v?)ortgcbrag)
worden. Deze bovri van sneeuw is derhalve
bij