Boekgegevens
Titel: De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Auteur: Anslijn, P.D.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1837
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 862
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200101
Onderwerp: Aardwetenschappen: meteorologie: algemeen
Trefwoord: Meteorologie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( sa )
hoogte, vnu waar zij komen, cn dit is mede
een weldadig gevolg van de werking der lucht;
de tegenstand, dien deze uit haren aard biedt,
en hare beweging verminderen de snelheid van
den val der droppels, die zich door haar eenen
weg banen.
Men onderscheidt den regen naar gelang van
de grootte der droppels, en de uitgestrektheid,
waarop dezelve valt in onderscheidene soorten,
als:
1. Stofregen,
2. Plasregen. *
3. Strijkregen,
4. Landregen,
5. Wolkbreuk.
Stofregen y noemt men zulk eenen regen,
waarbij de droppen klein als stofjes nedervalleni
Deze regen heeft plaats bij koel weder cn be-
trokken lucht, wanneer dc dampen niet hoog
stijgen, en gevolgelijk de droppen, uit geene
aanmerkelijke hoogte komende, niet groot kunnen
worden.
Plasreß^en^ noemt men hel, wanneer zeer
groote droppen onstuimig cn in groole menigte
vallen. Dit heeft plaats wanneer dc regen-wol-
ken bij groote hitte hoog slijgen, cn de val-
lende regendroppen in de lagere streken nog
dami)en aan zich trekken, en daarmede ver-
een igen.
Dewijl deze droppen uit zeer hooge gewesten
komen, wordt natuurlijk de snelheid steeds ver-
meerderd. INnar mate het weder heet is, des
te grooter zijn dc droppen, lu de verzengde
lucht-