Boekgegevens
Titel: De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Auteur: Anslijn, P.D.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1837
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 862
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200101
Onderwerp: Aardwetenschappen: meteorologie: algemeen
Trefwoord: Meteorologie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
op de aarde neder te vallen. Dat deze Waasjes
zich niet lot regendroppeien vercenigen, wordt
mede veroorzaakt door de lucht, die iHSSciieii
de onderscheidene blaasjes is, en dezelve belet
te zamen Ie vloeijen, terwijl mogelijk ook de
electriciteit hiertoe het hare bijdraagt door de
gedurige afstooting.
De nevels hebben niet aitijd dezelfde uitgebreid-
lieid en digtheid; somtijds hebben zij eene ver-
bazende uitgestrektheid, en op andere lijden,
•bepalen, zij zich slechts lot enkele plaatsen. De
nevels, die de minste uitgebreidheid hebben, zijn
die, welkca men op koude lente - e.n herfstmor-
gens boven meren, rivieren, vijvers, en andere
wateren ziet, terwijl de lucht rondom deze wa-
teren helder is. Zij ontstaan doo'r dc verschillen*
de warmte van de lucht en het water.
De nevelen ontstaan niet enkel in de lente en
in den herfst, maar ook in den zomer en winter.
In den zomer, zijn zij het zeldzaamst. De lig-
ging der landen en de gevleidheid van den grond
hebben op het ontstaan der nevels eenen grooten
invloed, zoo als blijkt uit Hol/and^ Eti^elaridy
Hoorwegen, enz., waar zelfs in den zomer uii-
geslrekle en digte nevels geene zeldzame verschijn-
selen zijn. Iii dc bcvrozene luchtstreken, en in-
zonderheid ])ij groote drijvende ijsmassa's, ontstaan
in alle jaargelijden vele neveiy. Des winlers, wan-
neer hel aardrijk met sneeuw bedekt is, ziet men
den zoogenaamden vorslnevcl, oiilstaande deze
op heldere, zeer koude dagen. Deze. vorstnevel
is evenwel niet digt.
Ook de hoogte, welke de nevels bereiken, is
zeer onderscheiden. Somtijds hangen zij slechts
in dc onderste luchlschiciilen, en men behoeft
skcUts op ecaoii tbrcn of op coae andere verhevene
plaats