Boekgegevens
Titel: De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Auteur: Anslijn, P.D.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1837
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 862
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200101
Onderwerp: Aardwetenschappen: meteorologie: algemeen
Trefwoord: Meteorologie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 41 ) '
de hoogere. Voor dat nu des morgens de zon
zelve zigtbaar wordt, werpt zij hare stralen reeds
in de hoogere luchtruimte, en verücht deze, en
dit roemen wij het aanbreken van den dag.
Vallen nu de zonnestralen in de digtere lucht-
lagen , dan worden zij gebroken; het roode licht
wordt voor ons zigtbaar, en dit noemen wij
morgenrooddat gewoonlijk als een voorteeken
van eenen betrokkenen dag aangemerkt wordt.
Het avondrood heeft dezelfde oorzaak als het
morgenrood, doch men houdt dit meer voor eei^
teeken van schoon weder.

11
Morgen.' en avondschemering.
et morgen - en avondrood is onderscheiden
van de viorgen- en avondschemering, ofschoon
de laatste ook door de breking en terugkaatsing
der zonnestralen ontstaat. Bij de morgen - en
avondschemering, worden namelijk de lichtstralen
in de bovenste luchtlage geworpen, welke ook
de wederkaatsing naar ons uitstrekt. Door deze
omstandigheid, wordt de lengte van onze nach-
ten verkort, en de overgang van dag en nacht,
en omgekeerd, heeft nu langzamerhand plaats.
Men onderscheidt de schemering in astronomi-
sche en gemeene of hurgerVijke schemering.
De astronomische schemering begint en eindigt,
wanneer de zon 18 graden of daaromtrent on-
der den horizont is, in welk geval de kleinste
sterren zigtbaar zijn, en men het derhalve don-
ker kan noemen. De vroegere of latere aanvang
C 5 of