Boekgegevens
Titel: De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Auteur: Anslijn, P.D.
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon, 1837
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 862
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200101
Onderwerp: Aardwetenschappen: meteorologie: algemeen
Trefwoord: Meteorologie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De natuurverschijnselen,: een leesboek voor de jeugd.
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 39 ) '
maan, als in eenen spiegel, opvangen en naar
ons terugkaatsen kunnen.
Dikwijls, ontwaart men twee lot drie, zelden
zes tot zeven bijzonnen of bijmt^nen. Men ont-
dekt dezelve in alle jaargetijden, behalve in
den zomer, bij helder koud weder, des mor-
gens en des avonds. Doorgaans, volgt sneeuvy
of hagel op zulk eeue verschijning.
In vroegere tijden, hield men deze luchtver-
schijnselen even als de kometen voor voorleekc-
nen van oorlog, hongersnood, besmettelijke ziek-
ten , en andere algemeene rampen, docli op dei^
20. Maart des jaars 1629, nam sgue^?(kr , te
Roïne, een dergelijk verschijnsel w^aar, dal voor
een der merkwaardigste gehouden \yordt. Sedert
dien lijd, was men mCer bedacht orji daaraan
eene mluurlijke verklaring Ie geven, en onkunde
en bijgeloof een wapen Ic ontnemen.
SciïEixER bespeurde rondom de zon twee
evenwijdige gekleurde ringen, die aan eene zijde
niet gesloten waren, cn van welke de binnenste
veel helderder was dazi de buitenste, welke laat-
ste men zelfs moeijelijk konde onderscheiden.
Deze twee ringen werden door een derde, die
grooter en geheel wit was, aan de bovenzijde
doorsneden, zoodat de derde ring door hel mid-
delpunt van de zou ging. |n den beginne, was
deze ring gesloten, doch later onlslond er aan
de eene zijde epne merkelijke opening.
Daar, waar de laatstgenoemde ring de bui-:
tcnste der twee andere sneed, vertoonden zieh
twee bijzonnen, doch waarvan de eene veel
heiderder was dan de (inderc, m^ar beiden even-
aarden in Jiun jnidden bijna den glans der eigen-
lijke zon, en aan den o.intrc4w waren de kleuren
van den regenboog te zien. E^a dezer bijion-
C 4 nei^