Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
Nog ongeloofelijker is de vermeerdering van het rund-
vee , zoo dat men, in korten tijd, er 60000 of 80000
stuks van gedood heeft, enkel oni het vet en de
liuid, zonder van het vleesch eeiWg gebruik te ma-
ken , de tong uitgezonderd. Wilde men door de groote
vlakten reizen, dan diende men eenige ruiters vooraf
te zenden, om zich eenen weg door de digte kudden
te banen. — Welke verwoesting men onder deze die-
ren ook aangerigt heeft, zoo vindt men toch nog
tamme kudden van meer dan 1000 stuks*
»
MUIZEN Elf ROTTEIC.
Dit hoofde van hare sterke vermenigvuldiging, treft
men sommige soorten van muizen ook in verbazende
menigte aan. In de zuidelijke deelen van Amerika
ziet men somtijds geheele troepen van rotten, die
over meren en rivieren trekken, in de uitgestrekte
vlakten eenen gebaanden weg achter laten, en niet
alleen de akkers, maar ook Je huizen en schuren be-
zoeken, en de landlieden noodzaken, hunne wonin-
gen te verlaten. In de stad Buenos Ayres, ziet
men dikwijls 500 rotten en meer bij elkander — ge-
lukkig zijn dergelijke verhuizingen zeldzaam.
Menigvuldiger zijn de togten der bekende Wortel-
muis. Dit ^dier weet zich onder de»i grond zeer ge-
schikte holen te maken, voorzien van eene menigte
toegangen, in welke holen het eene groote hoeveel-
heid eetbare woitelen bijeen brengt, om tot winter-
voorraad te doen dienen.
Deze muizen verlaten plotseling geheel Kamschatka
in groote troepen, waarschijnlijk bij gebrek aan voed-
sel, dat bij zulk e^ne vermenigvuldiging noodwendig
schaarsch moet worden. Zij verzamelen zich reeds in
de lente, trekken over bergen en zwemmen over ri-
vieren en meren, waarbij vele der zwakste omko-
men, en ook vele een buit der vogelen en visschen