Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
die voorzien fis van zeer lange pooten, gaat in hare
jagt op [insekten op de schranderste wijze te werk.
"mnneer zij op eene bij of hommel loert, die bezig
is om honig uit de bloemkelken te verzamelen, doet
zij eenen sprong, om nader bij te komen, doch ver-
schuilt zich dadelijk weder onder de bladen. 'Op deze
wijye op den afstand van een paar voet genaderd,
bespringt zij met eene verbazende snelheid de gewenscli-
te prooi, vat haar in den rug, en hecht ze met
eenen sterken draad aan een takje." Nu ontvangt de
bij den eenen doodelijken steek na den anderen, tot
dat zij eindelijk, afgemat door het worstelen, sterft,
en harér vijandin tot spijs verstrekt.
De zwarte Spring - Spin, welke wij aan en op on-
ze huizen en muren aantielFen, verrigt hare jagt bij-
na op gelijke wijze. Z<x)dra eenig klein insekt, voor-
namelijk kleine vliegen, de verblijfplaats van dez<
Spin nadert, dan koiiit zij eerst met rassche schre-
den uit haien schiiillioek, houdt zich daarop eenig(
oogenblikken onbewegelijk stil, staart onophoudelijk o|
den begeerden buit, nadert daarop snel, en doet, oj
den afstand van ten paar duim, zulk een' wisser
sprong, dat geen vliegend insekt haar met mogelijk-
heid ontkomen kan. Vervolgens zet zij haie nijper
in de borst van het gevangene diertje, en voer
het, met eene onbeschrijfelijke snelheid, naar harei
schuilhoek, in eene of andere reet des muurs, ei
verteert daar den behaalden buit.
Het masker van zeker gevleugeld insekt, Ae Mii
renleeuw genaamd, graaft in het zand eenen kuil i
de gedaante van eenen trechter, en plaatst zien i
het midden daarvan, deels onder »het zand verbo:
gen. Hier wacht hij met geduld den tijd af, t
eenig insekt, en voornamelijk eene mier, op de
rand van den kuil loopende, met het losse zand nai