Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
De Meeuw zweeft boven de oppervlakte des waters.
Wordt zij met liaar doordringend oog eenen viscli ge-
waar, dan valt zij plotseling daarop tieder, en mist
zelden liaien greep.
De Pelikanen gaan troepswijze op de vangst van
visscljen uit. in eenen halven kring beslaan zij de
oppervlakte van een meer of van eene rivier, en slaan
met huinie vleugelen geweldig op het water. De vis-
schen, hierdoor in eenen hoek gedreven, grijpen zy
nu met hunne lange en breede snavels, en vullen
daarmede hunnen wijden krop.
Andere watervogels duiken meest geheel onder, en
weten door een lijn gevoel het hun passend voedsel
te vinden.
ABPHIBleS.
Onder de Amphibiën, verdient in de eerste plaats
de Boa of Reuzenslang genoemd te worden. Dit
schrikbarend dier bereikt dikwijls eene lengte van 40
of 50 voet, en heeft daarbij eenen omtrek van 4 voet.
Om hare prooi te verrassen, legt deze slang zich te
zamen gerold, den staart om eenen boomstam geslin-
gerd , ter neder. Komt eenige prooi in hare nabij-
heid, dan schiet zij snel toe, en mist zelden haar
doel. Zii valt op alles aan, wat onder haar bereik
komt, het zij dit een tijger, luipaard, hert of wild
zwijn is. Zij weet zich vaardig om hare prooi te
slingeren, en vermorzelt zoo de beenderen van het
dier, dat zij daarna geheellijk verslindt.
De Ratelslang maakt op allerlei vogeltjes, kik-
vorsehen en kleine viervoetige dieren jagt. Om de-
ze te bemagtigen, legt zij zich eerst in eenen kring