Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
De Veelvraat, een dier, dat het noordelijk gedeel-
te van Europa bewoont, is met geene snelheid van
voeten bedeeld, doch dit gemis vergoedt hij door list,
en paart daarmede wreedheid en vraatzucht. Hij be-
klimt mede de boomen, en stort zich van daar op
de rendieren en elanden neder, die, van geen gevaar
bewust, in zijne nabijheid komen, en houdt zich zoo
vast, dat niets hem 'er van kan scheiden. Deze die-
ren , door dergelijken aanval verrast, snellen in angst
met hem voort, terwijl hij, op hunnen rug gezeten,
hen met eene toenemende gretigheid verscheurt, tot
dat zij dood ter neder vallen, wanneer hij hen ge-
heel verslindt.
De Hyena bewoont de warme streken van Afri-
ka en Azie, doch voornamelijk Abyssinie. Hi^ houdt
zich onder den grond, of in sjdeten en kloven der
rotsen, op, en is een der gulzigste roofdieren. Hij
verdedigt zich zelfs tegen den leeuw, en -vreest den
panter niet. Des nachts op roof uitgaande, tracht
Iiij in de schaapskooijen en stallen in te dringen, jlij
volgt de legers te velde, stroopt de dorpen en sleden
in Abyssinie rond, haalt den rollenden afval van
voor 'de huizen, of de lijken van het slagveld, weg,
en laat niet zelden deelen van het nienschelijk lig-
chaam voor de huizen der Abyssiniërs liggen. Door
den honger gedreven, durft hij ook wel den mensch
bij dag /aantasten. Met eenen sprong valt hij dezen
aan, alsmedekoeijen en schapen, en allerlei wild, en vooral
honden, op wier vleesch hij zeer gesteld schijnt te zijn. .
De Wolf, die meest in gematigde luchtstreken ge-
vonden wordt, schijnt de meeste dieren in wreedheid
en roofzucht te overtreSen. Hij valt inzonderheid aan
op onze huisdieren, zoo als schapen, geitenen kleine
honden. Hg doorkruist het land, zweift om de stal-
len , graaft onder de deuren heen, en verscheurt met