Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
nimmer lijken aan, vooral nooil hunne reeds be-
dorvene overblijlseis.
Van eenen geheel anderen aard is de Tyger, als-
mede andere, tot het katten-geslacht behoorende die-
ren. Hij vereenigt met de grootste vroede de verschrik- •
kelijkste wreedheid. Hij vertoont in üijne aanvallen
dien valschen aard, welken wij bij onze huiskatten
waarnemen. In hinderlaag gelegen, wacht hij gedul-
dig loerende zijne prooi al', en valt zelfs deii olifant
en rhinoceros aan. Zijn dorst naar bloed is onverza-
delijk, en zijne rustelooze woede kent geene tusschen-
joozing. Als hij een aantal dieren onder zijn bereik
'leeft, verscheurt hij het laatste met even zoo v^el
wreedaardigheid als het eerste, en zuigt sommigen met
eenen onverzadelijken lust het bloed uit.
De Luipaard, Panier en Once, — allen tot' het
bovengenoemde geslacht behoorende — leggen niet min-^
der list aan den dag in het bejagen van hunne prooi.'
Dikwijls beklimmen zij eenen boom, leggen zich op
eenen lak op den loer, en wanneer er een hert of
dergelijk dier voorbij komt, vallen zij het op het
lijf, en hechten zich door muil en klaauw zoo vast
aan hunne prooi, dat het • voorwerp hunner woede
eindelijk onder de verschrikkelijkste angsten en smar-
ten lijf en leven moet laten.
De Lynx of Losch, die 'in de noordelijke sti-eken
onzes aardbols gevonden wordt, heeft de grootte van
den vos, en paart daarmede de roofzucht van den
wolf, en de vlugheid van de wilde kat. Hij vervolgt
zijne prooi tot in de toj)pen der boomen, of loert
er op in een hol of onder ruigte verborgen, en be-
springt haar oj) het onverwachtst. Zijn scherp, gezigt
stelt hem in staat, om reeds op eenen grooten al-
stand zijne prooi te ontdekken.