Boekgegevens
Titel: Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Deel: 2e stukje
Auteur: Anslijn, N.
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1854
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 864
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200094
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en aardrijkskundige mengelingen, ter bevordering van algemeene kundigheden: ter dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
wezen. Men bedenke hierbij , iioe zeer de lacht door de
uitademing van menschen en dieren bedorven wordt;
lioe ^ongeschikt de lucht voor het dierlyk leven wordt
in éfen veitrek, waarin vele menschen bij elkander
zijn, zoo als onder anderen blijkt uit die 146 Engel-
schen, dié in eene gevangenis in Calcutta opgesloten
werden. Deze gevangenis was 18 voet lang en even
zoo breed, en was slechts van twee kleine vensters
voorzien. In éénen nacht stierven 123 menschen. —
Dit alles in'aanmerking genomen, overtreft de heil-
zame uitwerking van den wind veire alle schade,
welke hij dikwijls veroorzaakt. Ook in andere opzig-
ten zijn de winden zeer nuttig. Zij drijven de voch-
tigheid in de gedaante van wolken uit de eene streek
naar de andere; voeren de uitwaseming der zee naar
het land; sti ooijen de zaden der planten verre in de
rondte; brengen vele molens in beweging, en. bevor-
deren de scheepvaart op onderscheidene wijzen.
De winden zijn zeer onderscheiden: veranderlijke,
regelmatige, land- en zeewinden enz. De allerhevig-
ste winden, de orkanen, rigten dikwijls de grootste
verwoestingen aan. In Afrika voeren zij het fijne
zand mijlen verre voort, zelfs tot in zee, waardoor
aldaar zandbanken, duinen en kleine eilanden gevormd
worden.
Van welk een' aard sommige winden zijn , zoo als
de Samum, Sirocco, Harmattan en anderen, en
welk een vermogen de «tormwinden oefenen, hebben
wij reeds gezegd.
De moussons in de landen en zeeën van Hindostan
zijn regelmatige winden, die het eene halfjaar besten-
dig uit eene streek, en het andere halljaar uit de
tegenovergestelde streek waaijen. De verandering dezer
winden, wanneer zij namelijk van streek veranderen,
gaat dikwijls met hevige stormen vergezeld. Zij maken
tevens het onderscheid tusschen den zomer en den
winter uit.
Het gebergte Ghauts of Ghates en ook ander ge-
bergte , zoo als op Sumatra, enz. — heeft eenen aan-
merkelyken invloed op de gesteldheid van weder en
■vnnd. Heeft men aan den westkant van dit gebergte.